
Het bereiken van de juiste temperatuur voor bio-sensorwafern
Wanneer je probeert om de warmte gelijkmatig over het oppervlak van een wafer te verdelen, moet je eigenlijk vechten tegen de wetten van de fysica. De meeste standaard infraroodlampen zijn erg inefficiënt: ze verspreiden de warmte in alle richtingen, 360 graden rondom.
Maar wanneer je werkt met kwetsbare bio-laagjes, mag er geen sprake zijn van ‘warme plekken’ of ‘koude zones’. Dat werkt gewoon niet. Daarom hebben we reflectoren die bedekt zijn met goud toegevoegd aan de lampen.
Waarom goud?
Het klinkt misschien luxueus, maar het is eigenlijk praktisch. Goud is beter dan aluminium of gepolijst staal in het terugkaatsen van infraroodstraling naar waar het thuishoort. Hoewel aluminium het redelijk doet, kan goud die lange golflengten van infraroodstraling terugkaatsen richting de wafer. Hierdoor wordt de energie gericht op het doeloppervlak. Je krijgt meer warmte op het gewenste gebied, zonder dat je de stroomsterkte tot het uiterste hoeft op te drijven.
De balans vinden
Het probleem is dat wanneer je zoveel energie op één oppervlak richt, dit zeer snel heet wordt. Als je maximalere warmte wilt bereiken, moet het koelsysteem dit aankunnen. Als je geen goede koelinstallatie hebt, kunnen de gloeidraden beschadigen of kan de behuizing vervormen. We besteden veel tijd aan het afstemmen van de stroomsterkte, zodat de wafer de perfecte temperatuur bereikt, zonder dat alles anders om hem heen smelt.
Hoe dit helpt in het laboratorium
Bio-sensoren zijn gevoelig voor temperatuurveranderingen. Je hebt een zeer precieze temperatuur nodig, zodat de chemicaliën correct met elkaar kunnen reageren, zonder dat de eiwitten of enzymen worden beschadigd. Deze met goud bedekte lampen zorgen voor een nauwkeurige en gecontroleerde temperatuur. Je kunt de temperatuur sneller opvoeren en deze stabiel houden, zonder last te hebben van schommelingen. Bovendien is het een eenvoudige vervanging voor je oude IR-lampen. Je bespaart energie, en de ventilatie van het laboratorium hoeft minder hard te werken om de ruimte koel te houden.